Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2020

Onder 2.5.1 Hoge Raad 23 oktober 2020

Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1674.

De Rechtbank heeft bij beslissing van 26 februari 2019, in aanvulling op de bij beslissingen van 1 augustus 2016 en 8 mei 2017 gestelde vragen, de Hoge Raad prejudiciële vragen voorgelegd. Aanleiding voor deze vragen was de intrekking door de Hoge Raad van zijn eerste prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie in de onderhavige zaak (C-156/17; zie hiervoor in 2.4.7 ). De Rechtbank geeft de Hoge Raad in overweging de beantwoording door het Hof van Justitie van de (overige) prejudiciële vragen in de zaak met nummer C-156/17 niet af te wachten maar zo snel mogelijk (rechts)zekerheid te verschaffen voor de duizenden aanhangige zaken over de door de Rechtbank op 1 augustus 2016 aan de Hoge Raad gestelde eerste prejudiciële vraag in de onderhavige zaak. Ook wijst de Rechtbank op de onduidelijkheid die is opgeroepen door punt 84 van het arrest Fidelity Funds. De Hoge Raad heeft de prejudiciële vragen van de Rechtbank geregistreerd onder nummer 19/01141.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28fc07220512923ab6a5f101d08311fc7a4215466773cdd71828a9b030cf0a36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28fc07220512923ab6a5f101d08311fc7a4215466773cdd71828a9b030cf0a36, en de alinea staat in dat document op bytes 17687 tot 18730.