Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2020
Onder 3.7 Hoge Raad 23 oktober 2020
Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1674.
Particuliere participanten in een Sondervermögen worden voor de Duitse belastingheffing op grond van een fictie geacht een bepaald minimumbedrag aan dividend te genieten. De (extra) bedragen die als gevolg daarvan (naast het feitelijk uitgekeerde bedrag) in de heffing worden betrokken, worden 'Ausschüttungsgleiche Erträge' genoemd. In alle hier betrokken jaren gold dat bij Duitse particuliere participanten de helft van de heffingsgrondslag (feitelijke winstuitkeringen plus de eventuele 'Ausschüttungsgleiche Erträge') was vrijgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28fc07220512923ab6a5f101d08311fc7a4215466773cdd71828a9b030cf0a36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28fc07220512923ab6a5f101d08311fc7a4215466773cdd71828a9b030cf0a36, en de alinea staat in dat document op bytes 26536 tot 27093.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28fc07220512923ab6a5f101d08311fc7a4215466773cdd71828a9b030cf0a36 | shasum -a 256