Citaat | Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 2.2.3 Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:173.
Het Hof heeft in zijn uitspraak onder meer overwogen dat de heffingsambtenaar meermaals belanghebbende heeft gevraagd zijn bezwaren te motiveren, dat belanghebbende bij e-mail van 17 maart 2017 de betalingsbewijzen zonder enige toelichting heeft toegezonden en pas na uitspraken op bezwaar een toelichting heeft gegeven (bij brieven van 18 juli 2017), naar aanleiding waarvan de naheffingsaanslagen zijn vernietigd. Aldus heeft het Hof feitelijk vastgesteld dat belanghebbende de informatie uit de brieven van 18 juli 2017 al in de bezwaarfase aan de heffingsambtenaar had kunnen verstrekken, hetgeen tot gegrondverklaring van de bezwaren zou hebben geleid. In deze vaststellingen ligt het oordeel besloten dat de noodzaak tot het instellen van beroep uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van belanghebbende. Het Hof kon hierin aanleiding zien de heffingsambtenaar niet te veroordelen in de proceskosten voor het beroep omdat geen sprake is van kosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken. Het middel faalt in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f998dca6fe08d99481c6aab0519ca1b924426324058d8f200683b8c2eae5387c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f998dca6fe08d99481c6aab0519ca1b924426324058d8f200683b8c2eae5387c, en de alinea staat in dat document op bytes 8371 tot 9501.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f998dca6fe08d99481c6aab0519ca1b924426324058d8f200683b8c2eae5387c | shasum -a 256