Citaat | Hoge Raad 6 november 2020
Onder 5 Hoge Raad 6 november 2020
Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1733.
5.2.3 Artikel 31, lid 1, van het Verdrag van Wenen bepaalt – voor zover hier van belang – dat een verdrag te goeder trouw moet worden uitgelegd overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van het verdrag in hun context en in het licht van voorwerp en doel van het verdrag. Blijkens deze regels omvat de context van een verdrag naast de tekst en preambule en bijlagen, iedere overeenstemming die betrekking heeft op het verdrag en die bij het sluiten van het verdrag tussen de partijen is bereikt en iedere akte die is opgesteld bij het sluiten van het verdrag en door de partijen is erkend als betrekking hebbende op het verdrag. Blijkens het derde lid van artikel 31 van het Verdrag van Wenen dient ook rekening te worden gehouden met later tot stand gekomen overeenstemming tussen de partijen met betrekking tot de uitlegging van het verdrag en later gebruik bij de toepassing van het verdrag waardoor overeenstemming van de partijen over de uitlegging is ontstaan. Het vierde lid van artikel 31 van het Verdrag van Wenen bepaalt dat een term in een bijzondere betekenis dient te worden verstaan als vaststaat dat dit de bedoeling van de partijen is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42b1d60799f33f281d58311023b44ab39ec2bdaf89a052b35dacaedd3f927bde. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42b1d60799f33f281d58311023b44ab39ec2bdaf89a052b35dacaedd3f927bde, en de alinea staat in dat document op bytes 16174 tot 17356.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42b1d60799f33f281d58311023b44ab39ec2bdaf89a052b35dacaedd3f927bde | shasum -a 256