Citaat | Hoge Raad 6 november 2020

Onder 2.3 Hoge Raad 6 november 2020

Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1745.

In dit verband overweegt de ondernemingskamer dat het gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval, te weten dat de uitkopende aandeelhouder als (mede)bestuurder van de vennootschap handelingen heeft verricht waarmee hij zichzelf heeft bevoordeeld en waarmee hij de vennootschap en de andere aandeelhouder heeft geschaad, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn indien [verweerder] zou worden veroordeeld tot levering van zijn aandelen aan [eiser] tegen een prijs die uitgaat van een waardering die in sterke mate is beïnvloed door de benadelende handelingen van [eiser]. De ondernemingskamer draagt de deskundige daarom op de aandelen te waarderen op de waarde zoals die zou zijn vastgesteld als de benadelende handelingen niet hadden plaatsgevonden. Daarbij dient de deskundige te abstraheren van de verwachting dat de vennootschap ([eiser]) niet ertoe zal overgaan een vordering uit onrechtmatige daad jegens [eiser] in te stellen. (rov. 3.16)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71d6964897a257858b77e3e4f663a0c42140948824ece3513e87473ca591c3c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71d6964897a257858b77e3e4f663a0c42140948824ece3513e87473ca591c3c7, en de alinea staat in dat document op bytes 10155 tot 11154.