Citaat | Hoge Raad 6 november 2020
Onder 3.2.4 Hoge Raad 6 november 2020
Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746.
Uit het hiervoor in 3.2.2 en 3.2.3 overwogene volgt dat het oordeel van het hof getuigt van een onjuiste rechtsopvatting voor zover het hof voor de kwalificatie van de overeenkomst mede van belang heeft geacht of partijen de bedoeling hebben gehad een arbeidsovereenkomst aan te gaan. De klacht is in zoverre gegrond. Dit kan echter niet tot cassatie leiden. Het hof heeft immers ook beoordeeld of uit de door partijen overeengekomen wederzijdse rechten en verplichtingen volgt dat de tussen hen gesloten overeenkomst de kenmerken heeft van een arbeidsovereenkomst, en die vraag ontkennend beantwoord. De tegen dat oordeel gerichte klachten falen, zoals volgt uit 3.1.2 hiervoor en 3.3.2 en 3.4 hierna.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ec0bed9568c86beb05c66f5d0b2ee120e8c502bf33510500b06a7a8b7fd78f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ec0bed9568c86beb05c66f5d0b2ee120e8c502bf33510500b06a7a8b7fd78f6, en de alinea staat in dat document op bytes 26051 tot 26767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ec0bed9568c86beb05c66f5d0b2ee120e8c502bf33510500b06a7a8b7fd78f6 | shasum -a 256