Citaat | Hoge Raad 10 november 2020

Onder 3.2.2 Hoge Raad 10 november 2020

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1756.

Aanleiding voor deze aanscherping was onder meer een aantal uitspraken van het EHRM, gewezen in de jaren na het - met betrekking tot een recht op verhoorbijstand andersluidende - arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079, alsmede de totstandkoming van Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PBEU L294). Het recht op verhoorbijstand is sinds 3 juli 2017 neergelegd in art. 28d Sv, door de inwerkingtreding van de Wet van 16 november 2016, Stb. 2016, 475, houdende de implementatie van deze richtlijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8a18c7ef8be2d20c8dae74f8a96ea86fcb342c9a52bdc58a235b59c14dfba94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8a18c7ef8be2d20c8dae74f8a96ea86fcb342c9a52bdc58a235b59c14dfba94, en de alinea staat in dat document op bytes 10623 tot 11506.