Citaat | Hoge Raad 13 november 2020

Onder 2.1 Hoge Raad 13 november 2020

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1779.

Belanghebbende heeft bij brief van 18 september 2014 de Inspecteur verzocht om teruggaaf van € 7.185 aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: bpm) voor een gebruikte personenauto die in het Nederlandse kentekenregister op haar naam gesteld is geweest (hierna: de auto). Aan dat verzoek heeft belanghebbende ten grondslag gelegd dat zij die tenaamstelling heeft doen vervallen, dat de auto op 29 augustus 2014 naar Duitsland is overgebracht en dat de auto op 3 september 2014 in dat land is geregistreerd. In een dergelijk geval voorziet artikel 14a, lid 1, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (tekst 2014; hierna: de Wet) in het op verzoek verlenen van teruggaaf van bpm onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adddadea37d390a12c6c9c83ca6c649cf0ca46a173f4d2098b76a62eb01b8a42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adddadea37d390a12c6c9c83ca6c649cf0ca46a173f4d2098b76a62eb01b8a42, en de alinea staat in dat document op bytes 6732 tot 7554.