Citaat | Hoge Raad 13 november 2020

Onder 3.6 Hoge Raad 13 november 2020

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1779.

Indien de ter zake van de tenaamstelling van een motorrijtuig verschuldigde bpm pas geheel of gedeeltelijk is betaald nadat de inspecteur op een verzoek om teruggaaf van bpm voor datzelfde motorrijtuig afwijzend heeft beslist, moet de inspecteur - met inachtneming van hetgeen hiervoor in 3.5 is overwogen - deze latere betaling alsnog in aanmerking nemen wanneer die afwijzing niet onherroepelijk vaststaat. Indien deze bpm alsnog (geheel of gedeeltelijk) wordt betaald tijdens een gerechtelijke procedure in feitelijke instantie, brengt de taak van de (hoger)beroepsrechter mee dat ook hij met die betaling rekening houdt als daarop een beroep wordt gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adddadea37d390a12c6c9c83ca6c649cf0ca46a173f4d2098b76a62eb01b8a42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adddadea37d390a12c6c9c83ca6c649cf0ca46a173f4d2098b76a62eb01b8a42, en de alinea staat in dat document op bytes 17590 tot 18264.