Citaat | Hoge Raad 4 februari 2020
Onder 2.3 Hoge Raad 4 februari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:180.
Naar aanleiding van de gegrondverklaring door de rechtbank van het beklag ten aanzien van de hierboven genoemde goederen “per 28 juni 2019” en het gelasten van de teruggave daarvan aan de klaagster “indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen” merkt de Hoge Raad nog het volgende op. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van een voorwaardelijke beslissing over strafvorderlijk inbeslaggenomen voorwerpen. Is de rechter van oordeel dat het belang van strafvordering zich (nog) verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, dan dient hij het klaagschrift waarin de teruggave van die voorwerpen wordt verzocht ongegrond te verklaren. Is daarvan geen sprake, dan dient in de regel teruggave te worden gelast (vgl. HR 12 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1692).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a66d74c6ea398773c3ea2d8b83237d018680b059b91b41bc8814359d48a9bd9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a66d74c6ea398773c3ea2d8b83237d018680b059b91b41bc8814359d48a9bd9c, en de alinea staat in dat document op bytes 7607 tot 8430.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a66d74c6ea398773c3ea2d8b83237d018680b059b91b41bc8814359d48a9bd9c | shasum -a 256