Citaat | Hoge Raad 20 november 2020

Onder 4.3. Hoge Raad 20 november 2020

Een alinea uit Hoge Raad 20 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1808.

De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester deze wettelijke bepaling niet geschonden heeft. Uit de informatie van de onafhankelijk psychiater [betrokkene 1] van 4 maart 2020 blijkt dat aan de betrokkene uitleg is gegeven over de mogelijkheid om zijn verhaal te doen aan een afgevaardigde van de burgemeester, omdat de burgemeester besluit over het wel of niet afgeven van een crisismaatregel. Aan de betrokkene is ook uitgelegd dat de burgemeester het horen heeft uitbesteed aan iemand om dat namens de burgemeester te doen. In de medische verklaring van de onafhankelijk psychiater is vermeld dat de betrokkene expliciet geweigerd heeft om gehoord te worden. De rechtbank leidt daaruit en uit de aanvullend overgelegde informatie af dat de betrokkene gewezen is op de mogelijkheid om gehoord te worden en aldus in de gelegenheid is gesteld zijn mening kenbaar te maken. De verplichting van artikel 7:1 lid 3 sub b Wvggz reikt naar het oordeel van de rechtbank niet zover dat de burgemeester zelf of iemand namens hem bij de betrokkene moet nagaan of hij al dan niet gehoord wil worden. De burgemeester mag afgaan op de (medische) verklaring van de onafhankelijk psychiater, die nadat de medische beoordeling heeft plaatsgevonden de verdere procedure in gang zet. Daaruit blijkt in dit geval dat betrokkene is gewezen op de mogelijkheid om gehoord te worden. Er is dus op dit punt aan de wettelijke bepalingen voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00dbca45cea46f820fd430643dc5ea4524284ebd65bc6bfe3cf614ed1f118583. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00dbca45cea46f820fd430643dc5ea4524284ebd65bc6bfe3cf614ed1f118583, en de alinea staat in dat document op bytes 11508 tot 12943.