Citaat | Hoge Raad 24 november 2020

Onder 2.2.2 Hoge Raad 24 november 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1871.

“Op 22 juli 2013 doet [betrokkene 1] namens zijn dochter [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2002, aangifte van ontucht door verdachte. [slachtoffer] heeft verklaard dat haar oom haar heeft uitgekleed, dat haar tante binnenkwam en dat haar tante zag dat zij was uitgekleed. Getuige [betrokkene 2] heeft verklaard dat zij op 8 juli 2013 naar de gezamenlijke woning van haar en verdachte ging, dat zij de woonkamer binnenkwam en zag dat verdachte en [slachtoffer] dicht tegen elkaar aanzaten en naakt waren. Getuige [betrokkene 3] , de oma van [slachtoffer] is gehoord en heeft verklaard dat getuige [betrokkene 2] die dag bij haar kwam met [slachtoffer] en dat [slachtoffer] aan haar heeft verteld dat verdachte haar had uitgekleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dde5468d0d72956a53783db263fb1d57ba4116f559d9aa9ba490579b976d425. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dde5468d0d72956a53783db263fb1d57ba4116f559d9aa9ba490579b976d425, en de alinea staat in dat document op bytes 9330 tot 10083.