Citaat | Hoge Raad 24 november 2020

Onder 3.2.3 Hoge Raad 24 november 2020

Een alinea uit Hoge Raad 24 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1871.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat aan de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Door zijn handelen heeft verdachte een dusdanige inbreuk op een fundamenteel recht - in casu het zelfbeschikkingsrecht en de lichamelijke integriteit - gemaakt dat dit in zichzelf als aantasting van de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b, van het Burgerlijk Wetboek dient te worden beschouwd. Het hof ziet in de aard en de bijzondere ernst van de normschending de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, zoals gebleken uit de toelichting van de psychische gevolgen in het schade-onderbouwingsformulier d.d. 14 januari 2015, aanleiding een vergoeding voor de immateriële schade toe te kennen. In die toelichting is naar voren gebracht dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit een teruggetrokken meisje was geworden. Zij vindt het moeilijk om contacten te leggen, omdat zij het vertrouwen in de mensheid was kwijtgeraakt. Gelet op het voorgaande acht het hof het billijk het gevorderde bedrag van € 400,00 aan immateriële schade toe te wijzen. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dde5468d0d72956a53783db263fb1d57ba4116f559d9aa9ba490579b976d425. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dde5468d0d72956a53783db263fb1d57ba4116f559d9aa9ba490579b976d425, en de alinea staat in dat document op bytes 18226 tot 19646.