Citaat | Hoge Raad 24 november 2020
Onder 3.2.3 Hoge Raad 24 november 2020
Een alinea uit Hoge Raad 24 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1871.
De omstandigheid dat de vader van de benadeelde partij als wettelijk vertegenwoordiger ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2 juli 2015 naar voren heeft gebracht dat het op dat moment goed ging met [slachtoffer] en dat voor hem een schadevergoeding helemaal niet hoeft, doet naar het oordeel van het hof aan het voorgaande niets af. Anders dan de rechtbank leidt het hof daar in ieder geval niet uit af dat [slachtoffer] geen immateriële schade heeft ondervonden. Die stelling van de vader van de benadeelde partij lijkt veeleer te zijn ingegeven door zijn wens om de verstandhouding met verdachte, zijn voormalige beste vriend, te herstellen. De vordering is op dat moment ook niet ingetrokken. Bovendien is de vordering van de benadeelde partij in hoger beroep in zijn geheel gehandhaafd.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dde5468d0d72956a53783db263fb1d57ba4116f559d9aa9ba490579b976d425. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dde5468d0d72956a53783db263fb1d57ba4116f559d9aa9ba490579b976d425, en de alinea staat in dat document op bytes 19658 tot 20469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dde5468d0d72956a53783db263fb1d57ba4116f559d9aa9ba490579b976d425 | shasum -a 256