Citaat | Hoge Raad 27 november 2020
Onder 2.4 Hoge Raad 27 november 2020
Een alinea uit Hoge Raad 27 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1887.
De verjaring kan niet door erkenning op 20 mei 2014 zijn gestuit, omdat toen de verjaring reeds was voltooid. Het feit dat de kantoordirecteur de zaak bij de verzekeringsmaatschappij heeft aangemeld, maakt hem niet bevoegd om schade namens de notaris te erkennen. Dat de kantoordirecteur zich heeft ingespannen om zo snel mogelijk de feiten op een rij te zetten, is in het belang van de vrouw geweest, maar dit brengt niet mee dat de vrouw ook erop mocht vertrouwen dat de kantoordirecteur bevoegd was om schade te erkennen. In schadekwesties is het gebruikelijk dat eerst de verzekeringsmaatschappij wordt geïnformeerd en daarna pas over de mogelijke aansprakelijkheid wordt gesproken. De melding van de zaak bij de verzekeringsmaatschappij kan dus niet worden aangemerkt als een daad van erkenning. Op basis van de door de vrouw gestelde feiten kan de vrouw niet het gerechtvaardigde vertrouwen hebben gehad dat de directeur van het notariskantoor bevoegd was om de notaris te vertegenwoordigen. Gezien het feit dat de prestatie in 1992 door de notaris was verricht, had de vrouw expliciet bij de notaris moeten navragen of hij zijn aansprakelijkheid voor de dienstverlening in 1992 jegens haar erkende. De redelijkheid en billijkheid verzetten zich dus niet ertegen dat de notaris zich jegens de vrouw beroept op de voltooide verjaring. (rov. 10)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00fdeeb7158e3abd3fc338e4d6d6ce1be2b798a2364f23374b9994d633d29c9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00fdeeb7158e3abd3fc338e4d6d6ce1be2b798a2364f23374b9994d633d29c9a, en de alinea staat in dat document op bytes 10759 tot 12129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00fdeeb7158e3abd3fc338e4d6d6ce1be2b798a2364f23374b9994d633d29c9a | shasum -a 256