Citaat | Hoge Raad 27 november 2020

Onder 3.1.5 Hoge Raad 27 november 2020

Een alinea uit Hoge Raad 27 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1887.

Uit hetgeen hiervoor in 3.1.3 is overwogen, blijkt dat het hof als aanvangstijdstip van de verjaringstermijn van twintig jaar heeft aangeknoopt bij het moment waarop de notaris naar het oordeel van het hof tekortschoot in zijn inschrijf- en controleplicht, en dat de omstandigheid dat de notaris ook daarna nog gehouden was voor inschrijving van de akte van huwelijkse voorwaarden zorg te dragen, daaraan niet in de weg stond. Dat de notaris nog gedurende lange tijd na het moment waarop hij tekortschoot in de nakoming van de op hem rustende inschrijf- en controleplicht, had kunnen zorgdragen voor inschrijving van de akte van huwelijkse voorwaarden – en daarmee het intreden van schade had kunnen voorkomen – staat niet eraan in de weg dat het tijdstip waarop de gebeurtenis plaatsvond waardoor de schade is veroorzaakt, moet worden gesteld op het laatste moment waarop de notaris alsnog voor inschrijving van de akte had kunnen zorgdragen zonder tekort te schieten in de nakoming van de op hem rustende verbintenis. Het oordeel van het hof geeft dan ook geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00fdeeb7158e3abd3fc338e4d6d6ce1be2b798a2364f23374b9994d633d29c9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00fdeeb7158e3abd3fc338e4d6d6ce1be2b798a2364f23374b9994d633d29c9a, en de alinea staat in dat document op bytes 17515 tot 18661.