Citaat | Hoge Raad 1 december 2020
Onder 2 Hoge Raad 1 december 2020
Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889.
2.1.2 De Hoge Raad heeft in onder meer zijn arresten HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533 en HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321 uiteengezet wanneer sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv en aan welke (wettelijke) voorwaarden moet worden voldaan voordat toepassing kan worden gegeven aan één van de in artikel 359a Sv genoemde rechtsgevolgen. Naar aanleiding van de bespreking in de conclusie van de advocaat-generaal van deze en andere rechtspraak over artikel 359a Sv merkt de Hoge Raad het volgende op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/522dfe16b7a2cebc61b43381daa3ad93daa7a78bf5ca387c0cb151b1389a8623. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 522dfe16b7a2cebc61b43381daa3ad93daa7a78bf5ca387c0cb151b1389a8623, en de alinea staat in dat document op bytes 10903 tot 11457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/522dfe16b7a2cebc61b43381daa3ad93daa7a78bf5ca387c0cb151b1389a8623 | shasum -a 256