Citaat | Hoge Raad 1 december 2020

Onder 3.2.2 Hoge Raad 1 december 2020

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889.

24. Dat het te voeren verweer illusoir was, bleek ook duidelijk bij de RC, zij zei immers – kort gezegd – geen gevolg te kunnen geven aan de verklaring van cliënt zonder dat er nader onderzoek naar zijn stelling was gedaan. Het handelen van de officier van justitie heeft er dus ook concreet toe geleid de rechter-commissaris op het verkeerde been te zetten. Dat handelen (of uitblijven daarvan) raakt de beginselen van een behoorlijke procesorde in ernstige mate. Het is kennelijk de officier van justitie die bepaalt welk verweer wel en welk verweer door de verdediging niet mag worden gevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/522dfe16b7a2cebc61b43381daa3ad93daa7a78bf5ca387c0cb151b1389a8623. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 522dfe16b7a2cebc61b43381daa3ad93daa7a78bf5ca387c0cb151b1389a8623, en de alinea staat in dat document op bytes 46722 tot 47336.