Citaat | Hoge Raad 1 december 2020
Onder 2 Hoge Raad 1 december 2020
Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1890.
Uit deze en andere rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat onder omstandigheden een rechtsgevolg kan worden verbonden aan een vormverzuim door een ambtenaar die met opsporing en vervolging is belast, maar dat niet is begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte zoals bedoeld in 2.2.1, of aan een onrechtmatige handeling jegens de verdachte door een andere functionaris of persoon dan zo’n opsporingsambtenaar. In deze rechtspraak worden criteria aangelegd die naar de bewoordingen niet steeds gelijkluidend zijn, maar waarin als algemene overkoepelende maatstaf besloten ligt dat een rechtsgevolg op zijn plaats kan zijn indien het betreffende vormverzuim of de betreffende onrechtmatige handeling van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit. In een dergelijk geval is de beantwoording van de vraag of een rechtsgevolg wordt verbonden aan het vormverzuim of de onrechtmatige handeling, en zo ja: welk rechtsgevolg, mede afhankelijk van de aard en de ernst van dat verzuim of die handeling. Daarbij kan aansluiting worden gezocht bij de maatstaven die in de rechtspraak van de Hoge Raad zijn ontwikkeld met betrekking tot de verschillende rechtsgevolgen die aan een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv kunnen worden verbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83ef6c02aeccea224ed83b8df68ee4ad667b154b3ba5c87a34af73cafaa76e24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83ef6c02aeccea224ed83b8df68ee4ad667b154b3ba5c87a34af73cafaa76e24, en de alinea staat in dat document op bytes 16796 tot 18177.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83ef6c02aeccea224ed83b8df68ee4ad667b154b3ba5c87a34af73cafaa76e24 | shasum -a 256