Citaat | Hoge Raad 1 december 2020

Onder 2.2.2 Hoge Raad 1 december 2020

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1895.

Mijn vader belde mij dat er post voor mij was van het Openbaar Ministerie of de rechtbank. Ik heb toen tegen hem gezegd dat hij die enveloppe open mocht maken. Nadat mijn vader dat had gedaan, heeft hij de strafbeschikking aan mij voorgelezen. Het bleek dus een brief te zijn van het Centraal Justitieel Incassobureau.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92bdaaf89250728b7a7262d2e97e95fd3dbffa1df078ec2c5730bb6ce474eb6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92bdaaf89250728b7a7262d2e97e95fd3dbffa1df078ec2c5730bb6ce474eb6b, en de alinea staat in dat document op bytes 9429 tot 9760.