Citaat | Hoge Raad 1 december 2020
Onder 2.4.2 Hoge Raad 1 december 2020
Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1895.
Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de verdachte meer dan veertien dagen voorafgaand aan het door hem gedane verzet al bekend was met de strafbeschikking en dat daarom de verdachte niet tijdig het verzet heeft gedaan. Dat oordeel is niet toereikend gemotiveerd gelet op wat de verdachte heeft aangevoerd, te weten dat hij pas van de strafbeschikking kennis heeft genomen toen zijn vader hem deze door de telefoon voorlas, en in aanmerking genomen dat het hof geen vaststellingen heeft gedaan met betrekking tot het moment waarop de strafbeschikking aan de verdachte bekend is geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92bdaaf89250728b7a7262d2e97e95fd3dbffa1df078ec2c5730bb6ce474eb6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92bdaaf89250728b7a7262d2e97e95fd3dbffa1df078ec2c5730bb6ce474eb6b, en de alinea staat in dat document op bytes 12598 tot 13263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/92bdaaf89250728b7a7262d2e97e95fd3dbffa1df078ec2c5730bb6ce474eb6b | shasum -a 256