Citaat | Hoge Raad 11 december 2020

Onder 2.3.3 Hoge Raad 11 december 2020

Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1988.

Artikel 6C, lid 4, LLB strekt er toe de Minister bevoegd te maken om voor tot het loon te rekenen fooien een in de praktijk eenvoudig te hanteren waarderingsregel in het leven te roepen. Aangezien belanghebbende de juistheid van die waarderingsregel gemotiveerd heeft bestreden, kan de beoordeling of de aan de Minister toegekende bevoegdheid is overschreden niet geschieden zonder onderzoek naar de gronden waarop deze heeft vastgesteld dat het in de Beschikking genoemde percentage van de omzet als grondslag voor de loonheffing zal leiden tot een resultaat dat voldoende verband houdt met de fooien die in casino’s op [Z] werkelijk plegen te worden ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d7b81de419f0fcb7b3e2b63c954b855d3c89a32c060c7cae3fed20d4ec6599f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d7b81de419f0fcb7b3e2b63c954b855d3c89a32c060c7cae3fed20d4ec6599f, en de alinea staat in dat document op bytes 12550 tot 13228.