Citaat | Hoge Raad 10 januari 2020
Onder 2.3.2 Hoge Raad 10 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:20.
De rechtbank heeft de vorderingen van [de erven] afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank – kort weergegeven – overwogen dat het verweer van de Bank dat niet tijdig is geprotesteerd in de zin van art. 6:89 BW zou slagen en het verweer dat de vordering is verjaard mogelijk eveneens, maar dat dit van ondergeschikt belang is omdat de vorderingen van [erflater] ook op inhoudelijke gronden stranden. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Bank weliswaar onzorgvuldig heeft gehandeld, maar dat geen causaal verband bestaat tussen de door [erflater] geleden schade en het handelen van de Bank. De schade is veroorzaakt door het faillissement van het Fonds en dat faillissement is veroorzaakt door fraude. De Bank had niet kunnen of behoeven voorzien dat er fraude zou worden gepleegd en dat het Fonds daardoor failliet zou gaan, aldus de rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d57b76f4b2d3d9636d19e096f33d1e5f764f740e9c2d790f6990ec8098ee649e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d57b76f4b2d3d9636d19e096f33d1e5f764f740e9c2d790f6990ec8098ee649e, en de alinea staat in dat document op bytes 9812 tot 10669.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d57b76f4b2d3d9636d19e096f33d1e5f764f740e9c2d790f6990ec8098ee649e | shasum -a 256