Citaat | Hoge Raad 11 december 2020
Onder 2.4 Hoge Raad 11 december 2020
Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2003.
Ook indien wordt aangenomen dat Heijmans ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomsten (of op het moment van levering) wist dat de tennisvereniging een winteropenstelling wilde realiseren, had Heijmans alleen dan een mededelingsplicht jegens de Kopers als voor Heijmans voldoende kenbaar was dat een winteropenstelling voor de Kopers van wezenlijk belang was. De Kopers hebben in het licht van de gemotiveerde betwisting door Heijmans onvoldoende onderbouwd dat zij Heijmans ervan op de hoogte hebben gesteld dat de mogelijkheid van een (toekomstige) winteropenstelling voor ieder van hen cruciaal was. De Kopers hebben ook geen feiten en omstandigheden aangedragen waaruit volgt dat het voor Heijmans duidelijk had moeten zijn dat de winteropenstelling in verband met de avondverlichting voor de Kopers van belang was. Op Heijmans rustte dan ook geen verplichting om de Kopers uit eigen beweging te informeren over de beoogde winteropenstelling. (rov. 4.5-4.6)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a98d243288c92c4b0c91c9a4ca0f2d3c72c73038925134f45175c1b3fee11ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a98d243288c92c4b0c91c9a4ca0f2d3c72c73038925134f45175c1b3fee11ce, en de alinea staat in dat document op bytes 16141 tot 17121.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6a98d243288c92c4b0c91c9a4ca0f2d3c72c73038925134f45175c1b3fee11ce | shasum -a 256