Citaat | Hoge Raad 11 december 2020
Onder 2.3. Hoge Raad 11 december 2020
Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2007.
Het HvJEU heeft overwogen dat justitiabelen er belang bij kunnen hebben zich voor de nationale rechter te beroepen op de opschortingsverplichting van art. 108 lid 3 VWEU als zij worden geraakt door de concurrentievervalsing die het gevolg is van de steunmaatregel of als zij aan een heffing zijn onderworpen waarmee de steunmaatregel wordt gefinancierd (HvJEU 13 januari 2005, zaak C-174/02, ECLI:EU:C:2005:10 (Streekgewest Westelijk Noord-Brabant)). Daarnaast kunnen beroepsorganisaties van deze partijen bij de nationale rechter een beroep doen op art. 108 lid 3 VWEU (vgl. HvJEU 2 april 1998, zaak C-367/95 P, ECLI:EU:C:1998:154 (Commissie/Sytraval en Brink’s France)). (rov. 9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4e6ae99fb4b69d858d3b872039b34b78f21714986642ce2ef399f54be0b8d5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4e6ae99fb4b69d858d3b872039b34b78f21714986642ce2ef399f54be0b8d5b, en de alinea staat in dat document op bytes 9306 tot 10002.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4e6ae99fb4b69d858d3b872039b34b78f21714986642ce2ef399f54be0b8d5b | shasum -a 256