Citaat | Hoge Raad 11 december 2020
Onder 2.3. Hoge Raad 11 december 2020
Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2007.
Karmedia is geen concurrent van de ontvanger van de vermeende steun en betaalt geen heffingen waarmee de steun wordt gefinancierd. Zij is ook geen beroepsorganisatie van dergelijke partijen. Zij heeft haar vorderingen in de bodemprocedure ingesteld op grond van art. 3:305a BW. Op grond van deze bepaling kan Karmedia een vordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt. Het hof sluit niet uit dat een stichting als bedoeld in art. 3:305a BW een beroep kan doen op de opschortingsverplichting van art. 108 lid 3 VWEU. Daarvoor is dan wel nodig dat een dergelijke stichting ingevolge haar statuten de belangen bundelt van personen wier belangen volgens de hiervoor genoemde jurisprudentie van het HvJEU door art. 108 lid 3 VWEU worden beschermd en die zich bij de nationale rechter kunnen beroepen op deze bepaling. Anders zou via de weg van art. 3:305a BW de rechtsbescherming van art. 108 lid 3 VWEU kunnen worden uitgebreid tot personen die niet behoren tot de kring van justitiabelen die deze bepaling beoogt te beschermen. (rov. 10)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4e6ae99fb4b69d858d3b872039b34b78f21714986642ce2ef399f54be0b8d5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4e6ae99fb4b69d858d3b872039b34b78f21714986642ce2ef399f54be0b8d5b, en de alinea staat in dat document op bytes 10012 tot 11172.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4e6ae99fb4b69d858d3b872039b34b78f21714986642ce2ef399f54be0b8d5b | shasum -a 256