Citaat | Hoge Raad 15 december 2020

Onder 5.3.1 Hoge Raad 15 december 2020

Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2037.

De onderhavige zaak betreft een jeugdstrafzaak. In jeugdstrafzaken is het wettelijke uitgangspunt dat de behandeling van de zaak achter gesloten deuren plaatsvindt (vgl. artikel 495b Sv). De in de vordering opgeworpen vraag raakt echter niet alleen jeugdstrafzaken, maar ook strafzaken die wel in het openbaar plaatsvinden. Deze openbaarheid vergt in beginsel dat het publiek en/of de pers de mogelijkheid heeft in de ruimte aanwezig te zijn waar een zaak door de rechter wordt behandeld (vgl. HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2008, rechtsoverweging 2.6.3). De Hoge Raad betrekt in de beantwoording van de in de vordering opgeworpen vraag ook de situatie waarin het onderzoek ter terechtzitting in het openbaar plaatsvindt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723, en de alinea staat in dat document op bytes 32236 tot 32977.