Citaat | Hoge Raad 15 december 2020

Onder 5.3.3 Hoge Raad 15 december 2020

Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2037.

Op grond van artikel 27 lid 1 TW-COVID kan, indien dat noodzakelijk is in verband met de uitbraak van de epidemie van COVID-19, in plaats van de hiervoor bedoelde videoconferentie waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding tot stand komt, gebruik worden gemaakt van een ander tweezijdig elektronisch communicatiemiddel, zoals (groeps)telefonie. Daarnaast volgt uit artikel 27 lid 3 TW-COVID dat het instemmingsvereiste van artikel 2 lid 1 Besluit videoconferentie niet geldt voor het in verband met de uitbraak van de epidemie van COVID-19 gebruikmaken van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel, daaronder begrepen zowel de videoconferentie door middel van een directe beeld- en geluidsverbinding als een ander tweezijdig elektronisch communicatiemiddel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723, en de alinea staat in dat document op bytes 34799 tot 35580.