Citaat | Hoge Raad 15 december 2020

Onder 5.3.3 Hoge Raad 15 december 2020

Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2037.

De beslissing of gebruik wordt gemaakt van videoconferentie of – als artikel 27 lid 1 TW-COVID toepassing vindt – een ander tweezijdig elektronisch communicatiemiddel, wordt voor zover het de behandeling van de zaak op de terechtzitting betreft genomen door de rechter die de zaak behandelt of, bij de behandeling door een meervoudige kamer, door de voorzitter (artikel 131a lid 2 Sv). Daartegen staat geen rechtsmiddel open (artikel 131a lid 3 Sv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723, en de alinea staat in dat document op bytes 35592 tot 36058.