Citaat | Hoge Raad 15 december 2020
Onder 5.3.4 Hoge Raad 15 december 2020
Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2037.
Met de regeling van artikel 28 lid 1 TW-COVID is een voorziening getroffen om in verband met de uitbraak van de epidemie van COVID-19 in bepaalde gevallen de fysieke zitting in een strafzaak te vervangen door een mondelinge behandeling door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel, zoals (groeps)telefonie. Het tweede lid van artikel 28 TW-COVID formuleert daarop allereerst een uitzondering voor de behandeling van een vordering van het openbaar ministerie tot gevangenhouding of gevangenneming of tot de verlenging daarvan. Aangenomen moet worden dat deze uitzondering tevens betrekking heeft op een zogenoemde pro forma behandeling van de strafzaak ter terechtzitting die ertoe strekt de voortzetting van de voorlopige hechtenis te verzekeren (vgl. artikel 66 en 282 Sv). Daarnaast wordt in artikel 28 lid 2 TW-COVID een uitzondering gemaakt voor de inhoudelijke behandeling van de strafzaak ter terechtzitting. Dat voor die inhoudelijke behandeling wordt vastgehouden aan het plaatsvinden van een fysieke zitting houdt verband met het beginsel van openbaarheid en de onder 5.3.2 genoemde belangen, waaronder het optimaal verlopen van de communicatie tussen alle bij de zitting betrokken personen en de mogelijkheid van de waarneming van non-verbale uitingen bij het (ver)horen en ondervragen van personen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723, en de alinea staat in dat document op bytes 36153 tot 37493.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723 | shasum -a 256