Citaat | Hoge Raad 15 december 2020
Onder 4 Hoge Raad 15 december 2020
Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2037.
2. De voorzitter van het college, de rechter, de rechter-commissaris of ambtenaar die met de leiding over het horen is belast, beslist of van videoconferentie gebruik gemaakt wordt, waarbij het belang van het onderzoek in aanmerking wordt genomen. Alvorens te beslissen wordt de te horen persoon of diens raadsman en in voorkomende gevallen de officier van justitie, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over de toepassing van videoconferentie. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hierover nadere regels worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723, en de alinea staat in dat document op bytes 11950 tot 12505.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32e2cb707904640fb9aeb935cb1d797bb48332bc2f29f06f04781cefee268723 | shasum -a 256