Citaat | Hoge Raad 18 december 2020

Onder 3.4.2 Hoge Raad 18 december 2020

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2048.

De wetgever heeft met deze wetsbepaling erin voorzien dat met het begaan van misdrijven gemoeide uitgaven niet langer op de uit die strafbare feiten verkregen inkomsten in mindering kunnen worden gebracht. De wetgever heeft deze uitzondering op het beginsel van de fiscale neutraliteit waarvan hij voor de heffing van inkomstenbelasting als regel uitgaat – de inkomsten uit het misdrijf worden immers wel in de belastingheffing betrokken – voor dat doel geraden geacht. Die uitzonderingsbepaling heeft naar haar aard niet een bestraffend karakter zoals de criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM. Ook is die bepaling niet gericht op het toevoegen van leed aan de veroordeelde van het misdrijf. De keuze van de wetgever om voortaan als regel de kosten en lasten die zijn gemoeid met het begaan van misdrijven niet in aftrek op de daarmee verkregen inkomsten toe te laten, komt voort uit overwegingen op bestuurlijk terrein en heeft een bestuurlijk karakter. Het stond de wetgever vrij die keuze te maken, en deze vorm te geven op de wijze zoals hij heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e53dde39bec1ee0a8e1502f84805d2d0ca5620c5cfb5d3b7733ee0d02f0a26ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e53dde39bec1ee0a8e1502f84805d2d0ca5620c5cfb5d3b7733ee0d02f0a26ca, en de alinea staat in dat document op bytes 16489 tot 17573.