Citaat | Hoge Raad 18 december 2020

Onder 3.2.3 Hoge Raad 18 december 2020

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2095.

De weigering om wegens misbruik een uit de btw-regelgeving voortvloeiend recht of voordeel toe te kennen, is louter het gevolg van de vaststelling dat de objectieve voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het gewenste recht of voordeel te verkrijgen, in werkelijkheid niet zijn vervuld. Voor een dergelijke weigering is daarom geen specifieke rechtsgrondslag nodig. Het beginsel van het verbod van misbruik brengt mee dat de belastingplichtige dat recht of voordeel kan worden geweigerd, ook indien de nationale wet niet voorziet in bepalingen van die strekking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/296cb0bd24ee7595c94090aad0fcc70acd8276c9ca64d31c4a64a846c06af780. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 296cb0bd24ee7595c94090aad0fcc70acd8276c9ca64d31c4a64a846c06af780, en de alinea staat in dat document op bytes 20701 tot 21341.