Citaat | Hoge Raad 18 december 2020

Onder 3.7.4 Hoge Raad 18 december 2020

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2095.

Met zijn hiervoor in 2.2.3 weergegeven oordelen heeft het Hof hetgeen hiervoor in 3.7.1 tot en met 3.7.3 is overwogen, niet miskend. In het oordeel van het Hof ligt besloten dat het Hof van oordeel is dat de jachten niet voor bedrijfsdoeleinden zijn gebruikt en dat het Hof de verhuur aan de particulier heeft geherdefinieerd als een terbeschikkingstelling van het jacht aan de particulier om hem dat jacht in wezen als eigenaar te laten houden en gebruiken. Het heeft daaraan terecht het gevolg verbonden dat belanghebbende de ter zake van de invoer verschuldigde omzetbelasting niet in aftrek kan brengen. Gelet op hetgeen hiervoor in 3.4.2 is overwogen, doet aan die oordelen niet af dat de jachten Nederland hebben verlaten. In cassatie is niet bestreden de wijze waarop de Inspecteur bij het berekenen van de naheffingsaanslagen rekening heeft gehouden met de omzetbelasting die de BV was verschuldigd in het kader van de kunstmatig gecreëerde verhuurstructuur. Middel 2 faalt daarom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/296cb0bd24ee7595c94090aad0fcc70acd8276c9ca64d31c4a64a846c06af780. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 296cb0bd24ee7595c94090aad0fcc70acd8276c9ca64d31c4a64a846c06af780, en de alinea staat in dat document op bytes 35220 tot 36237.