Citaat | Hoge Raad 18 december 2020
Onder 3.1.3 Hoge Raad 18 december 2020
Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2097.
De teruggaafregeling van artikel 10, lid 1, van de Wet is bedoeld om de subjectieve niet‑onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting uit te breiden naar de voorheffing die de dividendbelasting is voor de (Nederlandse) vennootschapsbelasting. De doelstelling om vennootschapsbelasting noch dividendbelasting te doen drukken op dividenden, is daarmee beperkt tot bepaalde rechtspersonen, die door de aard van hun activiteiten of de bestemming van de daarmee behaalde winst zijn uitgezonderd van onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting. De vrijheid van kapitaalverkeer brengt mee dat daaronder ook vallen doelvermogens die vergelijkbaar zijn met een stichting als bedoeld in artikel 2, lid 1, (thans) letter e , Wet Vpb 1969, voor zover zij geen onderneming drijven. Tot andere lichamen strekt die bedoeling zich niet uit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc69400dc4150efc5e8c1d69421e918a6db144d8739786276347c248f46c9301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc69400dc4150efc5e8c1d69421e918a6db144d8739786276347c248f46c9301, en de alinea staat in dat document op bytes 15110 tot 16049.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc69400dc4150efc5e8c1d69421e918a6db144d8739786276347c248f46c9301 | shasum -a 256