Citaat | Hoge Raad 10 januari 2020
Onder 2.6.2. Hoge Raad 10 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:21.
Uit Kamerstukken II 2011/12, 33 003, nr. 10, blz. 94, blijkt dat naar de bedoeling van de wetgever de subjectieve voorwaarde in beginsel is vervuld indien de achterliggende aandeelhouder(s) meer Nederlandse inkomstenbelasting of dividendbelasting zou(den) zijn verschuldigd zonder tussenkomst van de belastingplichtige, dus als het aanmerkelijk belang in de in Nederland gevestigde vennootschap rechtstreeks zou worden gehouden. Deze voorwaarde wordt steeds getoetst naar de toestand op het moment dat het voordeel uit hoofde van het aanmerkelijk belang in de in Nederland gevestigde vennootschap opkomt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/669e0a33478011ed4fc9e2d6306a32d4c5d349798fcc0de3ca24ee7f81b35512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 669e0a33478011ed4fc9e2d6306a32d4c5d349798fcc0de3ca24ee7f81b35512, en de alinea staat in dat document op bytes 17647 tot 18265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/669e0a33478011ed4fc9e2d6306a32d4c5d349798fcc0de3ca24ee7f81b35512 | shasum -a 256