Citaat | Hoge Raad 11 februari 2020
Onder 2.5.2 Hoge Raad 11 februari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:232.
Van ‘strafoplegging’ in de hiervoor bedoelde zin is geen sprake indien de rechter in hoger beroep op grond van art. 423, vierde lid, Sv de sanctie heeft bepaald met betrekking tot de door de rechter in eerste aanleg bewezenverklaarde feiten ter zake waarvan de veroordeling al onherroepelijk is geworden. (Vgl. ook met betrekking tot art. 359, vijfde en zesde lid, Sv HR 9 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5734.) Met een dergelijke beslissing legt het Hof immers niet zelf een sanctie op die het passend en geboden acht ter zake van het feit dat of de feiten die niet aan zijn oordeel onderworpen is/zijn, maar bepaalt het slechts welk gedeelte van de hoofdstraf en/of bijkomende straf(fen) en/of maatregel(en) geacht moet(en) worden door de eerste rechter te zijn opgelegd ter zake van het feit dat of de feiten die niet aan het oordeel van het Hof is/zijn onderworpen. (Vgl. HR 2 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3202.) In een vernietiging ‘wat betreft de strafoplegging’ zijn dan ook niet begrepen beslissingen als bedoeld in art. 423, vierde lid, Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2446b135e2de5eaedf315ec90b03ac2c58a593445838d1a57dbe7322efa8c22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2446b135e2de5eaedf315ec90b03ac2c58a593445838d1a57dbe7322efa8c22, en de alinea staat in dat document op bytes 16774 tot 17845.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2446b135e2de5eaedf315ec90b03ac2c58a593445838d1a57dbe7322efa8c22 | shasum -a 256