Citaat | Hoge Raad 10 januari 2020

Onder 2.2.2 Hoge Raad 10 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:24.

Naar het oordeel van het Hof volgt uit de uitspraak van 13 juli 2017 van eveneens het gerechtshof ’s-Hertogenbosch in de gerechtelijke procedure over het teruggaafverzoek 2014 (hierna: de uitspraak van 13 juli 2017) dat dat teruggaafverzoek te laat is ingediend en dat daarom het teruggaafverzoek 2015 zeker te laat is ingediend. De omstandigheid dat partijen uitdrukkelijk verklaren dat niet in geschil is dat het teruggaafverzoek 2015 tijdig is gedaan, noopt naar het oordeel van het Hof niet tot een ander oordeel. Volgens het Hof gaat de rechtsstrijd tussen partijen over de vraag of belanghebbende op grond van het teruggaafverzoek 2015 recht heeft op teruggaaf van omzetbelasting omdat in het derde kwartaal van 2015 zou zijn komen vast te staan dat de vergoeding niet is en niet zal worden ontvangen. Het Hof is van oordeel dat het zich niet kan beperken tot beantwoording van de door partijen voorgestelde vragen, als uit de vaststaande feiten volgt dat deze (rechts)vragen voor de beslissing van het geschil niet relevant of doorslaggevend zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8295e93686bd83d5cd2c04d47e1bcbfa5d434ecd453309b7e15b0d912cf85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8295e93686bd83d5cd2c04d47e1bcbfa5d434ecd453309b7e15b0d912cf85, en de alinea staat in dat document op bytes 8801 tot 9934.