Citaat | Hoge Raad 10 januari 2020
Onder 2.6.1 Hoge Raad 10 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:24.
In onderdeel 4.3 van de bestreden uitspraak heeft het Hof de vaststellingen weergegeven die in de uitspraak van 13 juli 2017 ten grondslag liggen aan het oordeel dat het teruggaafverzoek 2014 te laat is ingediend. Deze vaststellingen houden in dat a) in ieder geval ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst in 2012 al vast stond dat het concern waarvan de huurder deel uitmaakte, materieel failliet was en de transformering van de huurvordering in een rekening-courantvordering een papieren exercitie was om jegens de buitenwereld de schijn op te houden dat het allemaal goed ging, b) in 2012 duidelijk was dat de reeds vervallen en ook de toekomstige huurtermijnen door de huurder niet betaald zouden worden, en c) reeds ruim voor 2014 is komen vast te staan dat de vorderingen van belanghebbende op de huurder (niet waren betaald en ook) niet betaald zouden worden. Het Hof heeft deze vaststellingen uit de uitspraak van 13 juli 2017 ten grondslag gelegd aan zijn oordeel dat het teruggaafverzoek 2015 zeker te laat is ingediend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efe8295e93686bd83d5cd2c04d47e1bcbfa5d434ecd453309b7e15b0d912cf85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efe8295e93686bd83d5cd2c04d47e1bcbfa5d434ecd453309b7e15b0d912cf85, en de alinea staat in dat document op bytes 11041 tot 12115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efe8295e93686bd83d5cd2c04d47e1bcbfa5d434ecd453309b7e15b0d912cf85 | shasum -a 256