Citaat | Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 3.2.2 Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:258.

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan de appelrechter – bij wijze van uitzondering op de tweeconclusieregel – toestaan dat de appellant een feit dat is voorgevallen of gebleken na het tijdstip van de memorie van grieven, alsnog in het geding in hoger beroep naar voren brengt, om te voorkomen dat het geschil aan de hand van inmiddels achterhaalde of onjuist gebleken gegevens zou moeten worden beslist. Daarbij moet de appelrechter steeds onderzoeken of het aldus naar voren brengen van dat nieuwe feit niet in strijd komt met de eisen van een goede procesorde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4258523d2d48a2bee1f6fd696d8b68fd14e33e308beb5796c7a14761f17c1d64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4258523d2d48a2bee1f6fd696d8b68fd14e33e308beb5796c7a14761f17c1d64, en de alinea staat in dat document op bytes 26783 tot 27436.