Citaat | Hoge Raad 10 januari 2020

Onder 2.2.3 Hoge Raad 10 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:26.

Aan de herkomstaanduidingsfunctie wordt onder meer afbreuk gedaan wanneer het merk in de reclame van de wederverkoper zo wordt gebruikt dat de indruk kan ontstaan dat er een commerciële band tussen de wederverkoper en de merkhouder (hier: EPAL en/of haar leden) bestaat, met name dat de onderneming van de wederverkoper tot het distributienet van de merkhouder behoort of dat een bijzondere band tussen de twee ondernemingen bestaat. PHZ verhandelt de door haar ingekochte pallets verder. Zij verkoopt dus tweedehands waren en haar afnemers moeten verondersteld worden dit te weten. PHZ vermeldt dit ook op haar website, waarop een europallet met het EPAL-merk is afgebeeld. Deze omstandigheden zijn niet van dien aard dat gezegd kan worden dat de indruk wordt gewekt dat PHZ en EPAL/haar leden economisch zijn verbonden en evenmin dat de website van PHZ de reputatie van het merk ernstig schaadt. (rov. 4.9)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ca37fc0a6eb14c83f7f0265e49f62a0bbec49a42363e8f442ae332fe32a34bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ca37fc0a6eb14c83f7f0265e49f62a0bbec49a42363e8f442ae332fe32a34bd, en de alinea staat in dat document op bytes 12509 tot 13431.