Citaat | Hoge Raad 10 januari 2020

Onder 3.2.4 Hoge Raad 10 januari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:26.

De eerste vraag die bij deze centrale vraag rijst, is of de door het HvJEU in het kader van de uitleg van (in het bijzonder) art. 5 lid 1 onder (a) van de Merkenrichtlijn 89/104 voor de beschermingsomvang van het merk geïntroduceerde ‘functieleer’ – de herkomstaanduidings- en de kwaliteitsgarantiefunctie, alsmede de communicatie-, investerings- en reclamefunctie – ook een rol speelt bij de toepassing van art. 13 lid 2 GMVo, en, zo ja, of het daarbij om uitleg van het begrip ‘gegronde redenen’ gaat of om een extra eis die geldt, wil de merkhouder zich met succes kunnen verzetten tegen verdere verhandeling. Tevens rijst de vraag of steeds van ‘gegronde redenen’ kan worden gesproken in omstandigheden waarin bij verdere verhandeling afbreuk wordt of kan worden gedaan aan een of meer van die functies.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ca37fc0a6eb14c83f7f0265e49f62a0bbec49a42363e8f442ae332fe32a34bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ca37fc0a6eb14c83f7f0265e49f62a0bbec49a42363e8f442ae332fe32a34bd, en de alinea staat in dat document op bytes 25372 tot 26273.