Citaat | Hoge Raad 14 februari 2020
Onder 3.2 Hoge Raad 14 februari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:276.
Indien op het moment waarop de afstorting plaatsvindt, onvoldoende kapitaal aanwezig is in de rechtspersoon om én de commerciële waarde van het aandeel in de pensioenaanspraak van de tot verevening gerechtigde echtgenoot af te storten, én voldoende kapitaal in de rechtspersoon achter te laten om de commerciële waarde van het aandeel in de pensioenaanspraak van de tot verevening verplichte echtgenoot te dekken, zal het tekort in beginsel moeten worden gedeeld, evenredig met de verhouding waartoe de verevening overeenkomstig art. 3 lid 1 Wvps leidt. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat de rechter tot een andere verdeling komt van het tekort tussen de ex-echtgenoten. Daarvoor is met name plaats indien het aan de vereveningsplichtige echtgenoot is toe te rekenen dat zodanig tekort is ontstaan of is opgelopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bce6c59f096c7a10f1fd7a71c65193c8719ad92a05b2698279b8d7df62878a29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bce6c59f096c7a10f1fd7a71c65193c8719ad92a05b2698279b8d7df62878a29, en de alinea staat in dat document op bytes 16169 tot 17083.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bce6c59f096c7a10f1fd7a71c65193c8719ad92a05b2698279b8d7df62878a29 | shasum -a 256