Citaat | Hoge Raad 10 januari 2020
Onder 2.2.3 Hoge Raad 10 januari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:28.
Het hof is van oordeel dat nu is komen vast te staan dat [verweerder] zijn beslissing om in het Fonds te beleggen heeft gebaseerd op het voorstel van de Bank, het voorlichtingsmateriaal dat hij via de Bank heeft ontvangen en de voorlichtingsbijeenkomst die hij heeft bezocht, waar de Bank was vertegenwoordigd, ervan moet worden uitgegaan dat causaal verband bestaat, in de zin van condicio sine qua non-verband, tussen het handelen van de Bank en de deelneming in het Fonds door [verweerder] . Het hof passeert het verweer van de Bank dat [verweerder] ook participaties in het Fonds zou hebben genomen, indien de Bank niet in haar zorgplicht was tekortgeschoten, nu de Bank dat verweer onvoldoende heeft toegelicht. (rov. 3.9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bd88eb84c6d443d0297dd5a58e4ef2a4ccdf808f481bef2eca2c23a6c77af41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bd88eb84c6d443d0297dd5a58e4ef2a4ccdf808f481bef2eca2c23a6c77af41, en de alinea staat in dat document op bytes 14211 tot 14951.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bd88eb84c6d443d0297dd5a58e4ef2a4ccdf808f481bef2eca2c23a6c77af41 | shasum -a 256