Citaat | Hoge Raad 18 februari 2020

Onder 3.3.2. Hoge Raad 18 februari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:280.

De Hoge Raad heeft in de hiervoor genoemde arresten tevens overwogen dat art. 55, eerste lid, en art. 56 Sr in zijn recente rechtspraak zelden aan de orde komen en dat daarbij een belangrijke rol speelt dat hierop betrekking hebbende klachten doorgaans van onvoldoende belang zijn om cassatie te rechtvaardigen omdat - kort gezegd - de opgelegde straf ver onder het strafmaximum ligt dat zou gelden als met de steller van het middel van eendaadse samenloop of voortgezette handeling zou worden uitgegaan. Vanwege het belang dat het thema heeft met name in feitelijke aanleg, heeft de Hoge Raad de onder 3.3.1 samengevat weergegeven opmerkingen gemaakt over de uitleg en de toepassing van voornoemde wetsbepalingen, met de kanttekening dat de zeer beperkte toetsing in cassatie niet zal veranderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/043c834efcba56364ab860de4a38db73214a1f7bcdfacab97be1a8fbb7f852b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 043c834efcba56364ab860de4a38db73214a1f7bcdfacab97be1a8fbb7f852b3, en de alinea staat in dat document op bytes 13051 tot 13862.