Citaat | Hoge Raad 21 februari 2020

Onder 3.4.1 Hoge Raad 21 februari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:284.

Hetgeen hiervoor in 3.2.4-3.2.6 is overwogen, geldt voor de beoordeling in hoger beroep of het ontbindingsverzoek van de werkgever terecht is toegewezen. Indien de rechter in hoger beroep tot het oordeel komt dat het ontbindingsverzoek van de werkgever ten onrechte is toegewezen, kan hij op grond van art. 7:683 lid 3 BW voorzien in herstel van de arbeidsovereenkomst of aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen (zie hiervoor in 3.2.5). Welke voorziening de rechter treft, moet in overeenstemming met het uitgangspunt in het civiele procesrecht (zie hiervoor in 3.2.2) worden beoordeeld aan de hand van de aan de rechter ten tijde van de beslissing in hoger beroep bekende feiten en omstandigheden, ook indien deze zich hebben voorgedaan na de ontbindingsbeschikking (‘ ex nunc ’).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda3163dbe72ac259a961d6f0642e92eb5501958b00c3e4415fe6c3b036ad327. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda3163dbe72ac259a961d6f0642e92eb5501958b00c3e4415fe6c3b036ad327, en de alinea staat in dat document op bytes 23146 tot 23989.