Citaat | Hoge Raad 21 februari 2020
Onder 3.4.2 Hoge Raad 21 februari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:284.
Ook het recht op en de omvang van de transitievergoeding en de billijke vergoeding dient de rechter in hoger beroep, in overeenstemming met het uitgangspunt in het civiele procesrecht (zie hiervoor in 3.2.2), te beoordelen aan de hand van de hem ten tijde van de beslissing in hoger beroep bekende feiten en omstandigheden. Daarbij verdient opmerking dat de vraag of de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in art. 7:673 lid 7, aanhef en onder c, BW, in welk geval geen recht op transitievergoeding bestaat, en de vraag of de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever als bedoeld in art. 7:671b lid 9, aanhef en onder c, BW of art. 7:671b lid 10, aanhef en onder b, BW, in welk geval aanspraak bestaat op een billijke vergoeding, naar hun aard moeten worden beantwoord aan de hand van de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eda3163dbe72ac259a961d6f0642e92eb5501958b00c3e4415fe6c3b036ad327. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eda3163dbe72ac259a961d6f0642e92eb5501958b00c3e4415fe6c3b036ad327, en de alinea staat in dat document op bytes 24080 tot 25236.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eda3163dbe72ac259a961d6f0642e92eb5501958b00c3e4415fe6c3b036ad327 | shasum -a 256