Citaat | Hoge Raad 18 februari 2020

Onder 2.3.2 Hoge Raad 18 februari 2020

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:288.

“1. De lidstaten zorgen ervoor dat de verdachten of beklaagden recht hebben op toegang tot een advocaat, op een zodanig moment en op zodanige wijze dat de betrokken personen hun rechten van verdediging in de praktijk daadwerkelijk kunnen uitoefenen. 2. De verdachten of beklaagden hebben zonder onnodig uitstel toegang tot een advocaat. In elk geval, hebben de verdachten of beklaagden toegang tot een advocaat vanaf de volgende momenten, ongeacht welk moment het vroegste is: a) voordat zij door de politie of door een andere rechtshandhavingsautoriteit of rechterlijke instantie worden verhoord”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c680dbbb54ed0ef38e9e6bf43ac3439b9661f6c053dbc3774716a18ab1151ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c680dbbb54ed0ef38e9e6bf43ac3439b9661f6c053dbc3774716a18ab1151ca, en de alinea staat in dat document op bytes 26481 tot 27120.