Citaat | Hoge Raad 18 februari 2020
Onder 2.4.1 Hoge Raad 18 februari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:288.
Op grond van art. 27c, tweede lid, Sv dient de niet-aangehouden verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor mededeling te worden gedaan van het in art. 28, eerste lid, Sv gewaarborgde recht om zich te doen bijstaan door een raadsman. Indien dat voorschrift niet is nageleefd levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv. Met het oog op de verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM geldt dat zo een vormverzuim, na een daartoe strekkend verweer, in de regel dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de ter gelegenheid van het verhoor afgelegde verklaring, tenzij de verdachte door het achterwege blijven van de desbetreffende mededeling niet in zijn verdediging is geschaad (vgl. HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368). De wet vereist niet dat deze mededeling direct voorafgaand of bij het begin van het eerste verhoor plaatsvindt. De mededeling kan ook tevoren geschieden, bijvoorbeeld door toezending of uitreiking van een informatieblad. Op grond van art. 27c, vijfde lid, Sv dient van de mededeling van de betreffende rechten melding te worden gemaakt in het proces-verbaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c680dbbb54ed0ef38e9e6bf43ac3439b9661f6c053dbc3774716a18ab1151ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c680dbbb54ed0ef38e9e6bf43ac3439b9661f6c053dbc3774716a18ab1151ca, en de alinea staat in dat document op bytes 30032 tot 31208.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c680dbbb54ed0ef38e9e6bf43ac3439b9661f6c053dbc3774716a18ab1151ca | shasum -a 256