Citaat | Hoge Raad 18 februari 2020
Onder 2.4.2 Hoge Raad 18 februari 2020
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:288.
De in de art. 28a, tweede lid, Sv – of voor zover het de periode 26 november 2017 tot 1 maart 2017 betreft: art. 9, eerste en derde lid, Richtlijn – neergelegde verplichtingen beogen de verdachte nader te informeren over zijn rechtspositie indien hij afstand doet van het recht op rechtsbijstand. Indien het verweer wordt gevoerd dat deze verplichtingen niet zijn nageleefd, moet de rechter, indien hij vaststelt dat zo’n verzuim heeft plaatsgevonden, beoordelen of daaraan enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. Daarbij dient hij rekening te houden met de in het tweede lid van art. 359a Sv genoemde factoren. Het rechtsgevolg zal in zo een geval immers door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c680dbbb54ed0ef38e9e6bf43ac3439b9661f6c053dbc3774716a18ab1151ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c680dbbb54ed0ef38e9e6bf43ac3439b9661f6c053dbc3774716a18ab1151ca, en de alinea staat in dat document op bytes 31633 tot 32414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c680dbbb54ed0ef38e9e6bf43ac3439b9661f6c053dbc3774716a18ab1151ca | shasum -a 256